
Waarom de Wet Kansspelen op Afstand zo belangrijk is voor legaal online gokken
Waarom de Wet Kansspelen op Afstand zo belangrijk is voor legaal online gokken
VorigeVolgendeSinds de invoering van de Wet Kansspelen op Afstand (Koa-wet) in 2021 wordt online gokken in Nederland gereguleerd via vergunningen van de Kansspelautoriteit (KSA). Deze wet vormt het fundament onder het legale online gokaanbod. Toch staat de wet opnieuw ter discussie. In het radioprogramma Dr. Kelder en Co herhaalde CDA-Kamerlid Jeltje Straatman bijvoorbeeld de wens van haar partij om de legalisering van online gokken terug te draaien en pleitte zij voor een verbod op gerichte gokreclames en een zwarte lijst voor illegale gokbedrijven.
In dit artikel leggen we uit wat de Wet Kansspelen op Afstand precies doet, waarom deze wet is ingevoerd, hoe de politieke discussie zich ontwikkelt en waarom het wegvallen van gereguleerd online gokken grote gevolgen kan hebben voor spelers, aanbieders en de overheid.
Wat is de Wet Kansspelen op Afstand?
De Wet Kansspelen op Afstand is de wettelijke basis voor legaal online gokken in Nederland. Alleen aanbieders met een vergunning van de Kansspelautoriteit mogen online kansspelen aanbieden aan Nederlandse spelers. Deze aanbieders moeten voldoen aan strenge eisen op het gebied van onder andere:
- verslavingspreventie en actieve monitoring van speelgedrag;
- duidelijke informatie over risico’s en verantwoord spelen;
- anti-witwasmaatregelen en controle op geldstromen;
- transparante voorwaarden rond bonussen en promoties;
- technische beveiliging en bescherming van persoonsgegevens.
Dankzij de Koa-wet is er een duidelijke scheiding tussen legale online casino's, die onder toezicht staan, en illegale aanbieders, die zich niet aan de Nederlandse regels houden.
Waarom is de wet ingevoerd?
Voor 2021 was online gokken voor Nederlandse spelers grotendeels een grijs gebied. Veel Nederlanders speelden bij buitenlandse aanbieders zonder vergunning. Deze sites boden geen speellimieten, geen goede verslavingspreventie en vielen niet onder Nederlands toezicht. De overheid had nauwelijks zicht op:
- hoeveel mensen er online gokten;
- welke bedragen er werden ingezet;
- in hoeverre spelers in de problemen raakten;
- of er sprake was van fraude of witwassen.
De Koa-wet moest daar verandering in brengen door spelers naar een gecontroleerd, legaal aanbod te geleiden. Het idee was: mensen gaan toch gokken, dus beter in een gereguleerde omgeving dan bij volledig ongereguleerd buitenlandse sites.
Belangrijke beschermingsinstrumenten: CRUKS en limieten
Een van de belangrijkste onderdelen van de Koa-wet is het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS). Spelers kunnen zichzelf inschrijven als zij niet meer willen gokken, of kunnen op initiatief van een aanbieder of naasten worden uitgesloten. Wie in CRUKS staat, kan niet meer inloggen bij legale online casino’s en wordt ook geblokkeerd bij aangesloten landgebonden speelhallen en casino’s.
Daarnaast zijn aanbieders verplicht om:
- spelers te laten werken met stortings-, verlies- en tijdslimieten;
- risicovol speelgedrag te signaleren en in te grijpen waar nodig;
- transparant te zijn over winkansen en spelregels;
- spelers actief te wijzen op de risico’s van gokken.
Deze maatregelen bestaan eenvoudigweg niet bij illegale aanbieders. Dat maakt de wet een cruciaal instrument om spelersbescherming in de praktijk vorm te geven.
De politieke discussie: legalisering terugdraaien?
Ondanks deze beschermingsmechanismen is er stevige politieke kritiek op de huidige gokmarkt. In een recente uitzending van Dr. Kelder en Co benadrukte CDA-Kamerlid Jeltje Straatman dat haar partij de legalisering van online gokken het liefst terug zou draaien. Volgens haar is het oorspronkelijke doel om kwetsbare spelers beter beschermen niet bereikt en zijn er juist veel nieuwe gokkers bijgekomen.
In de politiek wordt vaker gewezen op:
- de zichtbare toename van online gokreclame in de eerste periode na legalisering;
- de zorgen van hulpverleners over jongvolwassenen die problematisch gaan gokken;
- het gevoel dat de sector te veel draait op een verdienmodel ten koste van kwetsbare spelers.
Vanuit die zorgen pleit het CDA voor:
- het terugdraaien van de legalisering op termijn;
- een verbod op gerichte gokreclames;
- een zwarte lijst van illegale gokbedrijven om consumenten te waarschuwen.
De roep om een zwarte lijst voor illegale aanbieders
Een belangrijk punt in het debat is het gebrek aan een publieke, overzichtelijke zwarte lijst met illegale aanbieders. In de praktijk zien spelers via zoekmachines nog steeds allerlei websites waarop ze kunnen inzetten, bijvoorbeeld op politieke gebeurtenissen of andere gevoelige onderwerpen.
Zonder duidelijke lijst of herkenbaar keurmerk is het voor veel consumenten lastig te zien welke aanbieders legaal zijn en onder toezicht staan, en welke niet. Dit vergroot het risico dat spelers onbewust bij illegale aanbieders terechtkomen, met alle gevolgen van dien.
Wat als de legalisering wordt teruggedraaid?
De vraag is wat er zou gebeuren als Nederland de legalisering van online gokken volledig zou terugdraaien. Op papier klinkt het als een manier om problemen te verminderen, maar in de praktijk zijn er forse risico’s:
- Verdwijnen van CRUKS: zonder legale markt verdwijnt ook het centrale uitsluitingsregister. Spelers die nu worden beschermd, komen dan weer terecht bij aanbieders zonder limieten of controlemogelijkheden.
- Minder toezicht en handhaving: de Kansspelautoriteit kan nu vergunninghouders direct aanspreken, boetes opleggen en vergunningen intrekken. Bij een volledig illegale markt is dat veel lastiger.
- Geen belastinginkomsten meer uit legaal online gokken: aanbieders zonder vergunning dragen geen Nederlandse kansspelbelasting af, terwijl legale partijen dat wel doen.
- Meer ruimte voor risicovol aanbod: illegale sites hanteren vaak agressieve bonussen, geen limieten, geen identiteitscontrole en geen serieuze verslavingspreventie.
- Minder zicht op fraude en witwassen: zonder gereguleerde markt is er minder verplichting om verdachte transacties te melden, wat crimineel misbruik kan stimuleren.
In plaats van dat problemen verdwijnen, verschuiven ze dus vooral uit beeld van de toezichthouder. Dat maakt ingrijpen juist moeilijker.
Gokreclames en de zoektocht naar balans
Een van de meest zichtbare onderdelen van de nieuwe gokmarkt is reclame. In de eerste fase na legalisering waren er veel reclamespots op televisie, online en rondom sportwedstrijden. Inmiddels zijn de regels al meerdere keren aangescherpt en is ongerichte reclame sterk beperkt.
De kernvraag in de politiek is: hoe zorg je ervoor dat legale aanbieders vindbaar blijven voor mensen die toch willen spelen, zonder kwetsbare groepen extra te prikkelen om te gaan gokken? Een totaalverbod op reclame kan er immers ook toe leiden dat illegale aanbieders, die zich nergens aan hoeven te houden, relatief zichtbaarder worden.
De rol van sport en maatschappelijke verantwoordelijkheid
De discussie over reclame raakt ook de sport. Sponsordeals met online casino’s en bookmakers leveren clubs geld op, maar roepen tegelijkertijd vragen op over maatschappelijke verantwoordelijkheid. Initiatieven van clubs die bewust kiezen voor minder of geen gokreclames, of samenwerken met toezichthouders en hulporganisaties, laten zien dat er binnen de huidige wetgeving ruimte is om een andere koers te varen.
Daarmee wordt duidelijk dat de Koa-wet niet alleen draait om vergunningen, maar ook om de manier waarop sport, media en aanbieders omgaan met hun voorbeeldfunctie richting supporters en kijkers.
Waarom verbeteren beter is dan afschaffen
Dat er problemen zijn op de Nederlandse gokmarkt, staat buiten kijf. Er zijn signalen van jonge spelers die te ver gaan, discussies over reclame, en zorgen over de grens tussen “spelletje” en serieuze financiële risico’s. Die discussie is belangrijk en noodzakelijk.
Tegelijkertijd is de kernrealiteit dat Nederlanders zullen blijven gokken, legaal of illegaal. De vraag is dus niet of er online wordt gegokt, maar waar en onder welke voorwaarden. Zonder Wet Kansspelen op Afstand verschuift spelen naar een onzichtbare, buitenlandse markt zonder bescherming en zonder controle.
Daarom ligt de logische route eerder in het verder aanscherpen en verbeteren van de bestaande wet- en regelgeving dan in het volledig terugdraaien van de legalisering. Denk aan:
- nog strengere eisen aan verslavingspreventie en monitoring;
- meer transparantie voor consumenten over welke sites legaal zijn;
- heldere communicatie over risico’s en hulpverlening;
- effectiever optreden tegen illegale aanbieders, bijvoorbeeld via blokkades en sancties.
Conclusie
De Wet Kansspelen op Afstand is geen perfecte wet, maar ze vormt wél een noodzakelijk raamwerk voor een gecontroleerde, legale online gokmarkt in Nederland. Zonder deze wet zouden spelers massaal zijn aangewezen op ongereguleerde aanbieders zonder toezicht, zonder uitsluitingsregister en zonder serieuze verslavingspreventie.
De politieke discussie over de toekomst van online gokken, zoals de oproep van het CDA om legalisering terug te draaien, raakt daarmee aan een fundamentele keuze: willen we een zichtbare, controleerbare markt met regels en bescherming, of een grotendeels onzichtbare, illegale markt van casino's zonder Cruks waar problemen uit het zicht verdwijnen?
Vanuit het perspectief van spelersbescherming, toezicht en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt het versterken en verfijnen van de Koa-wet een logischer pad dan het volledig afschaffen van de legale online gokmarkt.






